Literaire salon

Dichters en schrijvers lezen uit eigen werk in Theater ’t Kapelletje


 

Zondag 2 december  – 14.00 uur    (zaal open 13:30)

Toegang € 7,–

 

reserveren

 


literaire salon 2 december 2018

OP 2 DECEMBER STELT DE LITERAIRE SALON ROTTERDAM DE VRAAG: KUN JE POËZIE LEREN?
Poëzie: is dat een kwestie van aangeboren talent of kan iedereen gedichten leren schrijven? Dat er cursussen gegeven worden en er een vakopleiding bestaat die dichters aflevert, suggereert dat het ook een aan te leren vaardigheid is. Hoe verhoudt het talent van een dichter zich tot zijn vakmanschap?
In het programma ‘Kun je poëzie leren?’ – op 2 december in Theater ’t Kapelletje – komen twee schrijfdocenten en zes dichters aan het woord.

 

Voor de pauze: een gesprek over schrijfonderwijs

 

Poëzie begint met waarnemen, het vinden van woorden en het zoeken van een vorm. Voor veel mensen houdt het daarmee op. Ze schrijven voor hun plezier en als zij erin geslaagd zijn wat ze zien, horen of voelen op papier te zetten, is het doel bereikt. Er zijn ook dichters die meer ambiëren, die streven naar een officiële publicatie en als dichter door het leven en de literatuur willen gaan.
Gerry van der Linden is behalve dichter ook docent aan de schrijversvakschool in Amsterdam, een vierjarige opleiding die studenten opleid tot schrijvers, dichters of essayisten. Gerry van der Linden begeleidt studenten dus richting een professioneel dichterschap.
Ook Peter Swanborn is dichter. Hij geeft al jaren cursussen aan mensen die dichten en zich daar verder in willen bekwamen. Ambiëren zijn cursisten iets anders dan de studenten aan de schrijversvakschool? En als dat zo is: hoe richt je schrijfonderwijs dan in?

 

Na de pauze: presentatie bundel Hexagoon

 

Het werk van zes van de cursisten van Peter Swanborn verschijnt in de bundel Hexagoon, die na de pauze gepresenteerd wordt. Natuurlijk dragen Eddy Geerlings, Pieter Loef, Rob Demoes, Betty van Rijk, Maria Ros en Els van Teeffelen voor uit eigen werk, maar eerst vertellen ze over wat ze wilden leren en beoordelen ze of dat gelukt is. Verder kijken ze vooruit: welke vorm willen ze dat hun dichterschap aan gaat nemen?