Jan Oomen overleden

jan oomen afscheid kl

Heel veel mensen waren naar Theater ’t Kapelletje gekomen om afscheid van Jan te nemen.

 

Op 22 februari was het festival van het leven van Jan Oomen.

Vele mooie voordrachten, muziek, gedichten en theater. Veel mensen die hun herinneringen aan Jan deelden.

Een lange indrukwekkende staande ovatie, waarna Truike, Merijn en Pepijn de gordijnen sloten. 24 rozen.

Alle uitvoerenden en gasten heel veel dank voor dit prachtige afscheid.

 

 

Uit alle bijdragen aan deze middag een (heel) kleine greep: een gedicht van Eddy Geerlings.

Hoewel iedereen zijn of haar eigen herinneringen heeft aan Jan, zal ieder de gevoelens die er uit spreken herkennen.

 

 

Voor Jan

 

Ik heb een man gekend, die in etappes tot mij kwam.

Dat is vaak zo met iemand die jou intrigeert,

terwijl je nog niet weet waarom.

Ik zag hem voor het eerst op een toneelschool.

Daarna speelde hij iets als een acteur en nog wat later

bleek hij ook een regisseur te zijn.

Ook zat er nog een columnist in hem, hij schreef

toneelrecensies en artikelen waarin hij spits de zaken doornam.

Hij verscheen daarbij vaak met een pijp.

Uiteindelijk werd duidelijk dat het hier een theatermens betrof,

die van al die markten thuis wou zijn en

dat ook wás en bovenal dat hij gebaande paden uit de weg ging.

Een uitdagend aanhanger van Beckett.

 

 

Ik heb een man gekend die in een groep van tien

deelnam aan een Salon.

Iedere laatste zondagmiddag van de maand kwam men bijeen

in een – zo was de opzet – literaire sfeer.

Het clubje was vooral gezellig, droeg de naam Chez Toes,

genoemd zo naar de oprichtster.

De man die ik er heb gekend was daar de filosoof, met spitse

wijsheden over het leven, grappen over hoe de wereld

zich kan tonen en notities over wat hem in de jaren,

heel veel jaren, ooit was overkomen.

Een genot om naar te luisteren, wanneer hij af en toe

ontbrak zat er een gaatje in die dag.

 

 

Ik heb een man gekend die ziek werd, ernstig ziek,

steeds ernstiger. Hij sprak daar zelf niet over en

ging onverminderd met het leven door. De dokters hielpen

hem daarbij en brachten zij een somber bericht

in woorden en in beelden, dan werd dat

snel vertaald in ach, we zullen zien.

Hij liep al jaren rond met een ultieme droom:

ooit afscheid nemen van de plek waar hij zoveel van hield

en óp die plek en ook alleen, dus als solist.

Hij deed het bij zijn tachtigste verjaardag, voor een

groot geliefd publiek

Dat grote grootse uur borg hij zijn ziekzijn weg in de coulissen.

Het wonder van de mysterieuze krachten stond hem bij.

Daar zat en stond hij dan: theatermens en filosoof ineen.

Ieder die hem zag en hoorde zal dat blijven doen.

Zelfs Toon verbleekte even,

diens vierentwintig rozen waren nu van Jan.

Hoe hij ze meenam naar zijn vrouw, van wie hij wist,

straks laat ik haar alleen.

 

 

Ik heb een man gekend, die man, die Jan, een vriend.

Ik prijs me er gelukkig mee.